Saus: Laat 2 eetlepels Grand Marnier inkoken met ½ liter appelsiensap en een eetlepel fijne suiker. Voeg 2 eetlepels bruine fond toe. Laat opnieuw inkoken en bind met 50 gram hoeveboter.
Schil de appelen en doorboor ze met een appelboor. Snijd ze in plakken van 1,5 cm en karameliseer ze in boter en suiker tot ze beetgaar zijn. Snijd de ganzenlever in plakken van 1,5 cm en bak ze hevig en kort. Voeg peper en zout toe. Stapel de appelen en de ganzenlever in een diep bord. Overgiet met de saus. Serveer warm.